19 feb 2020

De Wet compensatie transitievergoeding: slapende dienstverbanden (deel 1)

De Wet compensatie transitievergoeding: slapende dienstverbanden (deel 1)

Om de nadelige gevolgen van het slapend houden van een dienstverband van langdurig arbeidsongeschikte werknemers weg te nemen is de Wet compensatie transitievergoeding tot stand gekomen. Vanaf 1 april 2020 geldt een nieuw artikel (7:673e BW) waarin deze compensatie geregeld is. Monique van de Graaf vertelt er hier meer over.

Het artikel houdt in dat het UWV op verzoek van de werkgever een vergoeding (hierna: compensatie) verstrekt ter hoogte van de (transitie)vergoeding die de werkgever heeft betaald bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is hierbij beëindigd vanwege het feit dat de werknemer wegens ziekte of gebreken niet meer in staat was de bedongen arbeid te verrichten.

Compensatie kan worden verstrekt als…:

  • de werkgever een transitievergoeding heeft betaald na opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst of het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst
  • of als de werkgever een vergoeding heeft betaald op grond van een tussen hem en de werknemer gesloten beëindigingsovereenkomst.

Het maakt dus niet uit op welke wijze de arbeidsovereenkomst met de langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot een einde is gekomen.

Uitspraak van de Hoge Raad

In reactie op door de kantonrechter Roermond op 10 april 2019 gestelde prejudiciële vragen heeft de Hoge Raad op 8 november 2019 (HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734) het volgende geantwoord. De werkgever is, op basis van goed werkgeverschap, gehouden in te stemmen met een voorstel van de langdurig arbeidsongeschikte werknemer tot beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding.

Deze vergoeding hoeft niet meer te bedragen dan het bedrag van de transitievergoeding op de dag na het verstrijken van het opzegverbod. Alleen als er een gerechtvaardigd belang is aan te wijzen bij het in stand houden van het dienstverband, is de werkgever niet gehouden in te stemmen met een voorstel tot beëindiging. Denk hierbij aan de situatie dat er nog reële re-integratiemogelijkheden bestaan.

Het feit dat de werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is niet aan te merken als een gerechtvaardigd belang. Ook de (grote) financiële gevolgen die voorfinanciering van de transitievergoeding voor een werkgever kan meebrengen, wordt niet zonder meer aangemerkt als een gerechtvaardigd belang.

Voorwaarden compensatie transitievergoeding

Om in aanmerking te komen voor de compensatie van een betaalde transitievergoeding moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

  • De WIA-wachttijd van 104 weken of de eventuele verlenging daarvan moet zijn
    verstreken;
  • De arbeidsovereenkomst is beëindigd omdat de werknemer wegens ziekte of gebreken
    niet meer in staat was de overeengekomen arbeid te verrichten of de arbeidsovereenkomst van rechtswege (automatisch) is geëindigd en de werknemer wegens ziekte of gebreken niet in staat was de overeengekomen arbeid te verrichten;
  • Er is een vergoeding betaald aan de werknemer;
  • De gevraagde documenten zijn aan het UWV verstrekt.

Voor de compensatie is de manier waarop het dienstverband is geëindigd niet van belang.

Lees ook:
>> De Wet arbeidsmarkt in balans: transitievergoeding (deel 3)

Maximale bedragen compensatie vs transitievergoeding

Let op! De door de werkgever te ontvangen compensatie hoeft niet noodzakelijkerwijs gelijk te zijn aan de aan de werknemer uitbetaalde transitievergoeding. In de compensatieregeling is namelijk een maximering van het te compenseren bedrag geregeld:

  1. De compensatie bedraagt maximaal de transitievergoeding die is opgebouwd vanaf het begin van het dienstverband tot het moment dat de werknemer twee jaar ziek is.
  2. De compensatie bedraagt daarnaast maximaal het tijdens twee jaar ziekte betaalde loon.

Als gevolg van het tweede maximum, worden werkgevers waarbij aan de werknemer bijvoorbeeld een ZW-uitkering is toegekend – in het kader van de no-riskpolis dan wel een vervroegde IVA-uitkering -tot een lager bedrag gecompenseerd. De minister van SZW heeft echter bij brief van 13 december 2019 (kamerbrief compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid werknemers) besloten het tweede maximum nog niet per 1 april 2020 in werking te laten treden. De minister gaat onderzoeken of het mogelijk is bepaalde uitkeringen niet van invloed te laten zijn op het maximale compensatiebedrag.

De compensatie kan verder nooit meer bedragen dan het maximumbedrag voor de transitievergoeding. De transitievergoeding is wettelijk gemaximeerd tot een maximumbedrag (2020: € 83.000) of tot het jaarsalaris van de werknemer indien dit jaarsalaris hoger is dan de maximum transitievergoeding. De compensatie van de transitievergoeding kan niet hoger zijn dan deze maximumbedragen.

Tevens worden de extra loonkosten die zijn gemaakt door onvoldoende re-integratie-inspanningen (de loonsanctie) niet vergoed. Ook de wettelijke rente wordt niet gecompenseerd, ook niet bij betalingen in termijnen. Dit maakt dat de term compensatie in dit verband wellicht wat ongelukkig gekozen is en beter gesproken kan worden van een tegemoetkoming.

In het volgende deel wordt nader ingegaan op de aanvraagprocedure.

Regeerperiode 2017-2020

Woensdag 19 februari 2020
Auteur: Monique van de Graaf, HR business partner met als specialisatie arbeidsrecht en sociale zekerheid. Ze is auteur van de boeken “Arbeidsrecht voor de professional” en “Sociale zekerheid voor de professional” die jaarlijks worden actualiseerd.

Opleidingen

Voor onze opleidingen Casemanager, Arbeidsdeskundige en Re-integratie Specialist gebruiken wij Monique haar boeken. Wil je één van haar boeken los bestellen? Mail haar dan via vandegraafjuridischadvies@gmail.com.

Monique van de Graaf COA
Monique van de Graaf expert