5 mrt 2020

De Wet compensatie transitievergoeding: aanvraagprocedure (deel 2)

De Wet compensatie transitievergoeding: aanvraagprocedure (deel 2)

De Wet compensatie transitievergoeding is tot stand gekomen om de nadelige gevolgen van het slapend houden van een dienstverband van langdurig arbeidsongeschikte werknemers weg te nemen. Vanaf 1 april 2020 geldt een nieuw artikel (7:673e BW) waarin deze compensatie geregeld is.

Monique van de Graaf vertelde er al meer over in deel 1, in dit deel zal nader worden stil gestaan bij de procedure in het kader van de aanvraag van de compensatie.

Overgangsrecht van belang voor berekening compensatie

Het overgangsrecht in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) speelt bij de maximale compensatie een rol. Hierin staat dat het moment waarop het dienstverband eindigt van belang is voor de vaststelling van de hoogte van de compensatie.

  • Bij beëindiging van het slapende dienstverband vóór 1 januari 2020 vergoedt het UWV de transitievergoeding op basis van het tot 1 januari 2020 geldende recht. Dat is dus op basis van de Wet werk en zekerheid.
  • Bij beëindiging van het dienstverband na 1 januari 2020 wordt de compensatie vastgesteld op basis van de Wab. Dat kan met name bij de wat langere dienstverbanden een flink verschil maken, zoals bij de werknemers die ouder zijn dan 50 jaar en langer in dienst zijn dan tien jaar.

Lees ook:
>> De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)
>> De Wet arbeidsmarkt in balans: ketenregeling en cumulatiegrond
>> De Wet arbeidsmarkt in balans: transitievergoeding

Vanaf wanneer compensatie aanvragen?

Vanaf 1 april 2020 kan digitaal compensatie worden aangevraagd voor de betaalde transitievergoeding. Dat kan door middel van een formulier dat op het werkgeversportaal van het UWV zal worden gepubliceerd onder het kopje ‘aanvragen ontslag’, met behulp van eHerkenning.

De Wet compensatie transitievergoeding is met terugwerkende kracht van toepassing. Dit betekent dat er ook compensatie van de transitievergoeding wordt uitgekeerd bij een beëindiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid die plaatsvond tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020. Daarbij wordt dus aangesloten bij de inwerkingtreding van de WWZ. Is de wachttijd al verstreken vóór 1 juli 2015? Dan bestaat er als uitgangspunt geen recht op een transitievergoeding (zie
Ktr. Utrecht 19 februari 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:563).

Onder omstandigheden kan er toch aanspraak gemaakt worden op een transitievergoeding, ook al is de wachttijd vóór 1 juli 2015 verstreken. Dit oordeelde de kantonrechter in Alkmaar (ktr. Alkmaar 23 december 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:10491). Omdat de werknemer na 1 juli 2015 nog werkzaamheden had verricht, was pas in 2017 voldaan aan de – door de Hoge Raad in het arrest van 9 november 2019 vermelde – criteria voor beëindiging van het slapende dienstverband.

Als het gaat om een ‘oud geval’ neemt het UWV binnen 6 maanden na de aanvraag een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. De langere beslistermijn van 6 maanden geldt voor alle gevallen waarin het einde van de 104-weken wachttijd is gelegen vóór 1 april 2020. Vind de betaling pas op of na 1 april 2020 plaats? Dan maakt dit nog niet dat er sprake is van een nieuwe aanvraag nu de wachttijd bepalend is. Voor nieuwe gevallen waarbij het opzegverbod op of na 1 april 2020 verstrijkt, zal er binnen acht weken worden beslist. Het UWV kan deze termijn verlengen.

Lees ook:
>> De Wet compensatie transitievergoeding: slapende dienstverbanden

Benodigde documenten aanvraagprocedure transitievergoeding

Bij de aanvraag voor de compensatie van de transitievergoeding dienen de volgende documenten meegestuurd te worden:

  • De arbeidsovereenkomst. Of bij het ontbreken daarvan een document met de begindatum van de arbeidsovereenkomst, zoals een loonstrook waarop de begindatum staat;
  • Een bewijs van het einde van de arbeidsovereenkomst, zoals de opzeggingsbrief, de beëindigingsovereenkomst of de uitspraak van de rechter;
  • Een berekening van de hoogte van de transitievergoeding. Het gaat concreet om de loonstrook van de periode voor de datum waarop de werknemer 1 jaar ziek was en de loonstrook van de periode waarin het opzegverbod bij ziekte is verstreken;
  • Een bewijs dat de volledige transitievergoeding betaald is en op welke datum. Dit kan door het overleggen van een bankafschrift.

Het UWV kan aanvullende bijlagen verlangen bij bijzondere situaties. Denk aan de situatie dat de werknemer wisselende ploegentoeslag en/of overwerktoeslag heeft ontvangen. In dat geval moet een afschrift van alle loonstroken worden overlegd waarop de ploegentoeslag en/of de overwerktoeslag staat van de 12 maanden voorafgaand aan het opzegverbod. Is er sprake geweest van een winstuitkering en/of bonus(sen)? Dan moeten alle loonstroken waarop de winstuitkering of bonus vermeld staat van de laatste 36 maanden voor het einde van het opzegverbod worden overgelegd.

Ook is het mogelijk dat van de transitievergoeding inzetbaarheidskosten en/of transitiekosten zijn afgetrokken. Dan dient het UWV te beschikken over de schriftelijke instemming van de werknemer tot verlaging van de transitievergoeding in verband met inzetbaarheidskosten en/of transitiekosten en het betaalbewijs van de gemaakte inzetbaarheidskosten en/of transitiekosten.

Bestond er tijdens het opzegverbod wegens ziekte recht op een bonus of winstuitkering? Dan dienen alle loonstroken waarop de winstuitkering of bonus(sen) staat, van de laatste 36 maanden voor het einde van dit opzegverbod, te worden overgelegd.

Regeerperiode 2017-2020

Donderdag 5 maart 2020
Auteur: Monique van de Graaf, HR business partner met als specialisatie arbeidsrecht en sociale zekerheid. Ze is auteur van de boeken “Arbeidsrecht voor de professional” en “Sociale zekerheid voor de professional” die jaarlijks worden actualiseerd.

Opleidingen

Voor onze opleidingen Casemanager, Arbeidsdeskundige en Re-integratie Specialist gebruiken wij Monique haar boeken. Wil je één van haar boeken los bestellen? Mail haar dan via vandegraafjuridischadvies@gmail.com.

Monique van de Graaf COA
Monique van de Graaf expert